Een leerzaam gesprek met Herman Vermeiren van Research & Development

Over elektrische verf en koeienstof.

Op een proefveld achter de AkzoNobel kantoren in Sassenheim staan honderden geschilderde testpanelen in diagonale rekken in weer en wind. Dit is een van de plekken waar het werk van de Belg Herman Vermeiren tastbaar wordt. Hij is Research & Development Manager van Trimetal Paints. Binnen in zijn kantoor ziet het er minder spannend uit, gewoon een kantoor met bureaus en beeldschermen. Toch kom je het werk van Vermeiren en z’n collega’s elke dag tegen. Het is de verf in je werkblik! Herman Vermeiren vertelt wat voor onderzoek daar achter zit.

Herman Vermeiren, hoofd van research en development

Research & Development klinkt altijd zo lekker interessant en ingewikkeld.

“Ja, dat is het soms ook wel. Wij doen hier met 26 mensen onderzoek en productontwikkeling. Het is een leuke afdeling waar vele nationaliteiten samenwerken. U moet denken aan twee richtingen. Ten eerste het onderzoek naar fundamenteel nieuwe dingen. Dat is Research. Maar ons team hier in Sassenheim doet Development. Dat is het verder ontwikkelen van bestaande producten. Zo proberen wij de eigenschappen van watergedragen lakken dichter naar die van solventgedragen lakken te krijgen. Of we werken aan nieuwe bindmiddelen die een langere verwerktijd toestaan.”

Hoe ontstaan eigenlijk die nieuwe ontwikkelingen in de verfindustrie?

“Technologische vernieuwing is Pull of Push, dus marktgevraagd of technologiegedreven. R&D en marketing blijven elkaar daarin challengen. Als de markt vraagt om bepaalde producten dan pikken onze marketeers dat op en leggen dat bij ons neer. Het wordt besproken met onze internationale reseachers, de juiste verftechnologie wordt erbij gehaald of ontwikkeld, en vervolgens per land verder uitontwikkeld. Wetgeving kan ook tot nieuwe producten leiden. Of technologische ontwikkelingen. Er zijn innovaties die nu nog niet uitgekristalliseerd zijn. Denk aan nieuwe moleculen.”

En er wordt flink getest natuurlijk?

“Uiteraard. Stel, er is een nieuw bindmiddel. Eerst wordt er uitvoerig overlegd over de mogelijke toepassingen en marktkansen. Vervolgens worden allerlei specifieke eigenschappen getest. Zoals Witheid, UV-gevoeligheid of Glans. Ook kijken we of het product aan internationale DIN en ISO normen voldoet. Maar ook aan onze zelf ontwikkelde standaarden. En soms zijn er subjectieve beoordelingen. Een internationaal team van vakschilders fungeert als proefpanel. Als alles klopt, komt dat bindmiddel in zo’n 1 jaar tot 4 jaar op de markt, afhankelijk van eventuele patenten.”

Wat merken vakschilders dagelijks van uw werk?

“Zij moeten juist niets merken, dan doen we het goed. Een groot deel van ons werk bestaat uit het constant houden van de kwaliteit van de producten. Dat is nog niet zo eenvoudig omdat er continu iets verandert. De beschikbaarheid van grondstoffen op de wereldmarkt is verre van constant, ze zijn soms te duur of niet beschikbaar. Of er zijn andere factoren waardoor een basisingrediënt ineens niet gebruikt kan worden. De schilder moet dan evengoed een verf kunnen gebruiken die zich exact hetzelfde gedraagt.”

Stel, een vakschilder heeft morgen een verftechnisch probleem. Lossen jullie dat dan op?

“Ja. Het probleem van de schilder kan morgen op mijn bureaublad liggen. Het wordt natuurlijk wel eerst geduid en gekeken of er al oplossingen zijn. Een klacht wordt via een prioriteitsmatrix behandeld. Eerlijk gezegd waren er vroeger betere vakschilders. Nu moet het sneller gaan en worden er vaker fouten gemaakt. Wij zoeken dus naar verven die gemakkelijker toepasbaar zijn. Denk aan een perfecte grondlaag voor hechting.”

Het moleculaire werkveld van Herman Vermeiren

Wordt u ook wel gevraagd hele bijzondere dingen te ontwikkelen?

“Dat komt wel eens voor. Zo herinner ik me een vraag naar “Verf op basis van Koeienstof”. Dat bleek om iets met anti-allergenen te gaan. Of een muurverf die elektriciteit geleidt. Idee was dat je er stroom doorheen joeg en het dan lekker warm werd. Die vragen hebben niet tot producten geleid, maar je weet maar nooit, haha.”

Kunt u een voorbeeld geven van een recente ontwikkeling?

“Bindmiddelen. Waren dit vroeger eenvoudige stoffen zoals oliën en harsen. Tegenwoordig worden bindmiddelen uit diverse stoffen samengesteld. De toevoeging van reactieve groepen maakt een snellere droging en minder vergeling mogelijk. Of er ontstaan zachtere, flexibele verven. Een nieuwe generatie bindmiddelen is in de maak.”

En kunt u dan ook een interessant product uit de toekomst noemen?

“Laat ik een vergezocht idee schetsen, een toekomstdroom. Stel, je hebt een verf die je kunt aanbrengen. En dan overal nog kunt corrigeren, zo lang mogelijk. Nog wat laagdikte hier, daar een andere aanzet, zoiets. En pas als de natte verflaag helemaal naar je zin is, ga je de verf drogen met geluid of elektriciteit of UV licht.

Of denk aan 1 basisverf voor alle werkzaamheden. Ter plekke meng je dit met flesjes additieven die de verf eigenschappen geeft: glans, droogtijd, schrobvastheid. Als je ver in de toekomst wil kijken, kom je op dit soort ideeën.”

Tot slot. Wat is het leukste aan uw werk?

Dat grenst aan het minst leuke. Elke dag komen er totaal onverwachte problemen op je pad. Als dat tot uitstel leidt is dat niet leuk. Er is altijd een soort X-factor. Zodra je die getackeld hebt, ben je er. Je moet dat ook niet van tevoren willen weten anders wordt het leven saai.”